header11-nl

Feb
10
2015

sexting2

De seksuele inhoud die jongeren zelf produceren op sociale media lijkt vooral invloed te hebben op het seksuele gedrag en het seksuele zelfbeeld van jongeren en niet op hun stereotiepe seksuele opvattingen. Dit is een van de bevindingen in het promotieonderzoek van Annemarie van Oosten. Van Oosten promoveert op dinsdag 10 februari aan de Universiteit van Amsterdam.

De media waarmee jongeren opgroeien, zijn steeds meer doordrenkt met seksuele beelden. Naakt en seksueel suggestief materiaal zijn tegenwoordig vrij gangbaar in films, tv-series en muziekclips. Daarnaast is met de opkomst van het internet pornografie toegankelijker geworden voor jongeren. Vanuit de maatschappij zijn er bezorgde geluiden over het gebrek aan realisme waarmee de media seksualiteit tentoonspreiden. Ook zouden jongeren nog niet goed in staat zijn om onrealistische en stereotiepe seksuele inhoud in perspectief te plaatsen. Het aantal studies naar de effecten van seksuele media op de seksuele opvattingen en het seksuele gedrag van jongeren groeit. Er is echter nog weinig bekend over het effect van de seksuele inhoud die jongeren zelf op sociale media produceren, of over wat jongeren kwetsbaar maakt voor de effecten van ‘seksuele media’. 

Van Oosten onderzocht daarom de effecten van zowel professioneel geproduceerde seksuele inhoud, als de door jongeren zelf op sociale media geproduceerde seksuele inhoud.  Daarnaast bestudeerde ze of de manier waarop jongeren reageren op seksuele inhoud afhangt van hoe zij denken dat jongens en meisjes zich horen te gedragen als het op seks en relaties aankomt.

Cover Dissertation - van OostenOpvattingen en identiteit. Onder jongeren tussen de 13 en 17 jaar vond Van Oosten dat de door de jongeren zelf gegenereerde seksuele inhoud niet per se dezelfde effecten heeft als meer traditionele seksuele media-inhoud. Zo blijkt dat blootstelling aan sexy bedoelde zelfpresentatie van online-vrienden niet tot sterkere stereotiepe seksuele opvattingen leidt, wat vaak wel het geval is bij blootstelling aan meer traditionele seksuele media-inhoud. De seksuele inhoud op sociale media lijkt echter wel het seksuele gedrag van jongeren te voorspellen. Hiermee lijkt het de boodschap van andere seksuele media, dat seks een belangrijk onderdeel is van het leven van jongeren, te bevestigen. Ook zorgt sexy zelfpresentatie door de jongeren zelf ervoor dat sexy willen zijn een belangrijker aspect van hun identiteit wordt. 

De effecten van seksuele media-inhoud gelden niet voor alle jongeren even sterk. Of en op welke manier zij beïnvloed worden hangt af van de mate waarin de seksuele inhoud strookt met de opvattingen die jongeren al hebben over seks en met hun ervaringen in het dagelijks leven, Van Oosten laat zien dat individuele verschillen in genderrol-oriëntatie een belangrijke rol spelen in hoe jongeren - en vooral meisjes - reageren op seksueel materiaal en van invloed zijn op de mate waarin ze in staat zijn seksuele media-inhoud in perspectief te zien.

Promotiedetails
Mw.J.M.F. van Oosten, Putting things in perspective. Young people’s susceptibility to the effects of sexual media content. Promotor: prof. dr. J. Peter. Co-promotor: prof. dr. P.M. Valkenburg.

Tijd en locatie
De promotieplechtigheid vindt plaats op dinsdag 10 februari om 14:00 uur. Locatie: Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 229-231, Amsterdam.

Klik hier voor de samenvatting