header11-nl

Feb
3
2017

parental mediation

Een nieuw onderzoek van CcaM-onderzoekers laat zien dat de stijl van communiceren een rol speelt wanneer ouders met hun kinderen praten over regels en gebruik van media.

Ouders die zich zorgen maken over het mediagebruik van hun kind – bijvoorbeeld omdat ze teveel mediagebruiken of bepaalde inhoud die (nog) niet geschikt voor ze is – kunnen op twee manieren proberen mogelijke schadelijke gevolgen tegen te gaan. Ten eerste kunnen ouders regels afspreken, bijvoorbeeld dat kinderen games voor 16 jaar en ouder nog niet mogen spelen, of hun mobiele telefoon niet vlak voor het slapen gaan mogen gebruiken. Dit wordt wel “restrictieve” media-opvoeding genoemd. Ten tweede kunnen ouders met hun kinderen praten over media-inhoud en proberen uit te leggen dat sommige inhoud onrealistisch of onacceptabel is in het echte leven. Dit heet “actieve” media-opvoeding. Restrictieve en actieve ouderlijke media-opvoeding zijn uitgebreid bestudeerd als manieren om negatieve media-effecten te verminderen. De literatuur laat hier gemixte resultaten over zien: soms werkt zulke opvoeding wel, andere keren niet.

In deze nieuwe studie onderzochten CcaM-onderzoekers Karin Fikkers, Jessica Piotrowski en Patti Valkenburg of de stijl waarin ouders met hun kinderen over media communiceren de effectiviteit kan verbeteren. Er zijn dan drie stijlen mogelijk. Als eerste een autonomie-ondersteunende stijl, waarbij ouders uitleg geven over media-regels en media-inhoud en rekening houden met het perspectief van hun kind. Als tweede een controlerende stijl, waarbij kinderen onder druk gezet worden om op een bepaalde manier te denken en zich te gedragen. Als derde werd een inconsistente stijl onderscheiden, waarbij ouders bepaald mediagebruik soms wél en soms niet toestaan. De verwachting was dat media-opvoeding die op een autonomie-ondersteunende manier gecommuniceerd wordt leidt tot positieve uitkomsten, zoals minder gebruik van gewelddadige media en minder agressie. Van een controlerende en inconsistente stijl werd juist verwacht dat ze tot meer mediageweld en agressie zouden kunnen leiden.

Om dit te onderzoeken werd 1.029 Nederlandse jonge tieners twee keer een vragenlijst voorgelegd (met een tussentijd van één jaar). In deze vragenlijst antwoordden ze vragen over hun eigen gebruik van gewelddadige media, agressief gedrag, en hoe hun ouders met hen communiceren over media. De analyses lieten zien wanneer restrictieve media-opvoeding op een autonomie-ondersteunende manier werd gecommuniceerd, dit gerelateerd was aan minder agressie door minder blootstelling aan mediageweld. Aan de andere kant was inconsistente restrictie juist gekoppeld aan meer agressie door een toename aan mediageweld. Deze verbanden werden alleen gevonden als mediageweld, agressie, en media-opvoeding op hetzelfde moment werden gemeten. Media-opvoeding hing niet samen met mediageweld en agressie een jaar later. Controlerende media-opvoeding en actieve media-opvoeding (ongeacht de stijl) deden niets om mediageweld of agressie te verminderen of te versterken.

Deze resultaten kunnen gebruikt worden door ouders die zich zorgen maken over mogelijke negatieve gevolgen van blootstelling aan mediageweld. Wanneer ouders met hun kinderen praten over de tijd en inhoud van hun mediagebruik, dan is een autonomie-ondersteunende stijl daarvoor meer geschikt dan een controlerende of inconsistente stijl.

Klik hier om het artikel “A Matter of Style? Exploring the Effects of Parental Mediation Styles on Early Adolescents' Media Violence Exposure and Aggression” te lezen. Dit artikel verscheen online first in Computers in Human Behavior.

Voor meer informatie over dit onderzoek kunt u contact opnemen met de eerste auteur, Karin Fikkers: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..