header12-en

Adolescent Measure of Empathy & Sympathy (AMES)

Description

The Adolescent Measure of Empathy and Sympathy (AMES) is a 12 item measure using a 5-point Likert scale. The AMES measures three constructs: 1) affective empathy, 2) cognitive empathy and 3) sympathy. Reliability and validity of the AMES are discussed in the article referenced below.

Location

Vossen, H.G.M., Piotrowski, J.T., Valkenburg, P.M. (2015). Development and Validation of the Adolescent Measure of Empathy and Sympathy (AMES). Personality and Individual Differences, 74, 66-71.

Instruction

“We are going to ask you some questions about what you are like and how you normally behave”. (Response categories: never, almost never, sometimes, often, always)

For each statement, please indicate how often this occurs...

1.  I can easily tell how others are feeling.

2.  I feel sorry for a friend who feels sad.

3.  I can often understand how people are feeling even before they tell me.

4.  I feel sorry for someone who is treated unfairly.

5.  When a friend is angry, I feel angry too.

6.  I am concerned for animals that are hurt.

7.  When my friend is sad, I become sad too.

8.  I can tell when a friend is angry even if he/she tries to hide it.

9.   When a friend is scared, I feel afraid.

10. I can tell when someone acts happy, when they actually are not.

11. I feel concerned for other people who are sick.

12. When people around me are nervous, I become nervous too

 

An affective empathy score is established by averaging items 5, 7, 9 and 12.  

A cognitive empathy score is established by averaging items 1, 3, 8 and 10.

A sympathy score is established by averaging items 2, 4, 6 and 11.

 

Beschrijving

De Adolescent Measure of Empathy and Sympathy (AMES) is een schaal die bestaat uit 12 items die gemeten worden op een 5-punt schaal. De AMES meet drie constructen: 1) affectieve empathie, 2) cognitieve empathie en 3) sympathie. Betrouwbaarheid en validiteit van de AMES worden besproken in het onderstaande artikel. 

Bron

Vossen, H.G.M., Piotrowski, J.T., Valkenburg, P.M. (2015). Development and Validation of the Adolescent Measure of Empathy and Sympathy (AMES). Personality and Individual Differences, 74, 66-71.

Instructie

“Hier volgen enkele stellingen over hoe jij bent. Geef voor iedere stelling aan hoe vaak het voorkomt”. (Antwoordmogelijkheden: nooit, bijna nooit, soms, vaak, altijd)

Geef voor iedere situatie aan hoe vaak het voorkomt.

1.  Ik heb gemakkelijk door hoe anderen zich voelen.

2.  Ik heb medelijden met een vriend of vriendin die verdrietig is.

3.  Ik weet hoe mensen zich voelen, nog voor dat ze het me hebben verteld.

4.  Ik heb medelijden met iemand die oneerlijk wordt behandeld.

5.  Als een vriend boos is over iets, word ik ook boos.

6.  Ik maak me zorgen om dieren die pijn worden gedaan.

7.  Als een vriend of vriendin verdrietig is, word ik ook verdrietig.

8.  Ik merk het wanneer een vriend of vriendin boos is, zelfs als hij/zij dat probeert te verbergen.

9.   Wanneer een vriend of vriendin bang is word ik ook bang.

10. Ik merk het wanneer iemand vrolijk doet, terwijl hij of zij dat eigenlijk niet is.

11. Ik ben bezorgd om andere mensen die ziek zijn.

12. Als mensen om me heen zenuwachtig zijn, word ik ook zenuwachtig.

 

Items 5, 7, 9 en 12 vormen samen de affectieven empathy schaal.

Items 1, 3, 8 en 10 vormen samen de cognitieve empathie schaal.

Items 2, 4, 6 en 11 vormen samen de sympathie schaal.